Bij het dysfunctioneren van het Metabool Syndroom is de stofwisseling ontregeld.
De stofwisseling bestaat uit processen in het lichaam om voedingsstoffen te gebruiken voor energie en opbouw.
Deze metabole dysfunctie uit zich in de regel door een toegenomen vetopslag rond de taille, een verhoogde bloedsuikerspiegel en bloeddruk, leververvetting en abnormale HDL-cholesterol- en triglycerideniveaus, die samenhangen met insulineresistentie en sluimerende ontstekingen. Hierdoor neemt het risico op diabetes type 2, aderverkalking, kanker, dementie en veel andere aandoeningen sterk toe.

Mitochondrien

Insuline
Insulineresistentie (IR)
Insulineresistentie is een aandoening waarbij de lichaamscellen minder gevoelig worden voor insuline, het hormoon dat normaal gesproken helpt bij het reguleren van de bloedsuikerspiegel. Door deze verminderde gevoeligheid kunnen de cellen glucose minder goed opnemen, waardoor het glucosegehalte in het bloed stijgt. Dit verhoogt het risico op:
- Pre-diabetes,
- Diabetes type 2,
- Hart- en vaatziekten,
- Leververvetting,
- Chronische ontstekingen,
- Verstoorde cholesterolwaarde,
- en in sommige gevallen kanker en de ziekte van Alzheimer.
Metabool Syndroom hebben we vaak mede aan onszelf te wijten; we eten ongezond en te veel, we bewegen te weinig, zijn te dik, roken en leven onder een voortdurende stress. Daarnaast is erfelijke aanleg een belangrijke factor.
Kenmerken van deze stofwisselingsstoornis
- Insuline ongevoeligheid (insulineresistentie),
- Te veel insuline in het bloed (hyperinsulinemie),
- Een ontregelde controle van de bloedsuikerspiegel (glucose-intolerantie),
- Verhoging van de bloeddruk (hypertensie),
- Een verstoorde vetbalans in het bloed (dyslipidemie)
- (neiging tot) Overgewicht.
- Nieuwe kenmerken van metabool syndroom volgden, maar daarover later meer.
Naar schatting 25 tot 35% van alle volwassenen heeft insulineresistentie en kenmerken van het metabool syndroom en zelfs (dikke) kinderen kunnen het metabool syndroom hebben.
Het begint met herkennen en erkennen, de correcte informatie/voorlichting, een goed dieet, eventueel de juiste voedingssupplementen en meer beweging kunnen insulineresistentie en hyperinsulinemie meestal worden teruggedrongen. Hierdoor verbeteren de andere kenmerken/aandoeningen van het metabool syndroom hetgeen het ziekteverloop belangrijk kan beïnvloeden.
Het screenen op insulineresistentie en op het metabool syndroom, bijvoorbeeld pre-diabetes, bij mensen zonder klachten biedt bovendien de mogelijkheid tot preventie van veelvoorkomende chronische ziekten en vergroot de kans op een lang en gezond leven!

Vetcel
Wat is het Metabool Syndroom?
Het Metabool Syndroom is een combinatie van risicofactoren en aandoeningen die de kans op hart- en vaatziekten verhogen. Voorbeelden van metabole aandoeningen zijn:
- verhoogde insuline (hyperinsulinemie)
- hoge bloeddruk (hypertensie),
- verhoogde bloedsuiker (hyperglykemie),
- buikvet (mn visceraal vet) en een
- ongunstig cholesterol (dyslipidemie).
Het Metabool Syndroom leidt ook tot een versnelde veroudering en is de stille voorbode van aandoeningen zoals:
- Diabetes type 2,
- Obesitas (vetzucht),
- Jicht,
- Vruchtbaarheidsproblemen,
- Chronische vermoeidheid,
- Bepaalde typen kanker (waaronder borstkanker en dikkedarmkanker),
- Osteoporose en de
- Ziekte van Alzheimer.
Dit metabool syndroom verhoogt de kans op hart- en vaatziekten en diabetes type 2 aanzienlijk. Kijken we bijvoorbeeld naar de mensen met specifiek diabetes type 2 dan ontwikkelt 27% van deze mensen binnen 8,2 jaar hart- en vaatziekten.
Het is daarom essentieel om deze factoren te begrijpen voor een betere gezondheid en preventie.
Het onderliggende probleem voor het metabool syndroom is insulineresistentie. Dit is de centrale factor die de andere symptomen van het syndroom aanstuurt.

Hart- en Vaatziekten (HVZ)
Wat valt er allemaal onder hart- en vaatziekten?
Hart- en vaatziekten is een verzamelnaam voor aandoeningen die het hart en/of de bloedvaten aantasten. Hart- en vaatziekten ontstaan meestal door slagaderverkalking (atherosclerose), hoge bloeddruk, verhoogd cholesterol, diabetes, roken of erfelijke factoren.Enkele belangrijke groepen en voorbeelden hiervan zijn:
Hartziekten van de kransslagaders (coronaire)
Angina pectoris (hartkramp), Acuut myocardinfarct (hartinfarct), Chronische ischemische hartziekte (vernauwing/slagaderverkalking van de kransslagaders)
Cerebrovasculaire aandoeningen (hersenen)
Herseninfarct (CVA/beroerte), Hersenbloeding, TIA (Transient Ischemic Attack: kortdurend zuurstoftekort in de hersenen)
Hartfalen
Onvoldoende pompfunctie van het hart (decompensatio cordis)
Hartritmestoornissen
Boezemfibrilleren, Bradycardie (trage hartslag), Andere stoornissen in het elektrisch systeem van het hart
Klepafwijkingen en ontstekingen
Hartklepafwijkingen (door verkalking, infectie of reuma)
Endocarditis (ontsteking binnenwand hart), myocarditis (ontsteking hartspier), pericarditis (ontsteking hartzakje)
Boezemfibrilleren, Bradycardie (trage hartslag), Andere stoornissen in het elektrisch systeem van het hart
Vaatziekten
Aneurysma (uitstulping/verwijding van een slagader), Perifere vaataandoeningen (zoals etalagebenen/claudicatio),Trombose (bloedvatverstopping, zoals diep-veneuze trombose of longembolie), Pulmonale hypertensie (hoge bloeddruk in longslagader), Syndroom van Raynaud (de kleine bloedvaatjes, vooral in de vingers en tenen, tijdelijk sterk verkrampen)